Leen Hollander heeft precies een uur de tijd voor het interview. Dan wordt hij namelijk opgehaald met de taxi, voor een lunchafspraak op de golfclub. Zijn verhuizing naar Villa Hoefstaete was na een infarct onvermijdelijk, maar het staat zijn even volle als betekenisvolle leven niet in de weg. “Mijn grootste talent is sociaal zijn.”
Eenzaamheid
“Als ik één ding over mijn leven kan zeggen, dan is het wel dat het altijd rijk is geweest. Rijk aan mensen. Aan werk. Aan liefde. En aan mogelijkheden. Anders dan mijn zussen en broer was ik geen briljante leerling, dus ging ik niet naar de universiteit zoals de rest van mijn familie. Maar ik had ondertussen wel door dat ik een ander talent bezit, en dat is: sociaal zijn. Begrijpen hoe mensen in elkaar zitten en wat ze nodig hebben. Zien wat ze motiveert.”
Geen genie
“Ik belandde in de autobranche. Bij toeval, maar ik greep de kans meteen met beide handen aan. In eerste instantie verkocht ik auto”s, met een kleine beloning per verkocht exemplaar. Dat was de onderste tree, ja – maar in de jaren daarna klom ik op tot ondernemer en eigenaar. Niet omdat ik nou zo”n genie ben hoor. Maar omdat ik goed ben in vertrouwen geven aan mensen, en in weten wat ze motiveert. In alle jaren dat ik bedrijven bestierde, gaf ik mijn werknemers maximale vrijheid en maximale verantwoordelijkheid. Daarmee scheidde ik het kaf van het koren. Ik zag meteen wie wilde lopen, en voor wie de mogelijkheden eigenlijk op andere plekken lagen. Ook vroeg ik vooral vrouwen voor leidinggevende posities. Zij beslissen vanuit hun geweten, wist ik. Dat maakte ze betrouwbaarder dan welke spreadsheet dan ook.”
Wekelijks het vliegtuig in en uit
“Tot ver voorbij mijn pensioensleeftijd heb ik gewerkt in Nederland, Amerika en Indonesië. En in al die jaren heb ik duizenden mensen aangestuurd en net zoveel dingen geleerd. Dat was een druk en vol leven ja, met wekelijks het vliegtuig in en uit. Maar mijn vrouw Rinke, mijn grote liefde, wist die onrust die met mijn werk kwam met slimheid en zachtheid op te vangen. Ze kwam uit Indonesië en ging vaak met me mee op reis. Samen kregen we drie kinderen – allemaal verschillend, allemaal slim en allemaal prachtig terechtgekomen. Tien jaar geleden stierf mijn vrouw. Ze kreeg bloedvergiftiging en zou haar been verliezen. Zij wilde op die manier niet verder leven en ik heb dat direct gerespecteerd. Zo waren we samen: loyaal aan elkaar – ook als het ons eigen belang niet diende.”
Jullie de baas, ik de knecht
“Ik heb tot mijn 86e doorgewerkt. Na Rinke”s dood heb ik nog 8 jaar alleen gewoond. Het infarct dat ik kreeg, was een duidelijk omslagpunt. De artsen zeiden dat ik niet meer mocht rijden, en ik wist wat me te doen stond. Ik riep mijn kinderen bij elkaar en zei: vanaf nu zijn júllie de baas en ben ik jullie knecht. Ik droeg alle beslissingen aan hen over, en dat voelde niet als zwaktebod. Ik vertrouw mijn kinderen blind. En heb genoeg in mijn leven gezien om te weten wanneer ik iets moet loslaten.”
“Ik ben eigenlijk nooit thuis – en dat kan hier, omdat ze het begrijpen.”
Ik voel me vrij
“Dus zo ben ik hier gekomen, als bewoner van Villa Hoefstaete. En natuurlijk vragen mensen hoe dat gaat: van zoveel autonomie, reizen en verantwoordelijkheid naar hier. Maar ik voel me hier vrij; mijn dagen zijn nog steeds van mij. Ik golf 3 keer per week, eet dan mee op de club, ik spreek af met oud-collega”s en zie mijn kinderen en kleinkinderen iedere week. Ik ben eigenlijk nooit thuis – en dat kan hier, omdat ze het begrijpen. Omdat ze snappen dat dat hele sociale onderdeel is van wie ik ben.”
Derde editie Lares
Dit verhaal staat in de derde editie van Lares, ons relatiemagazine. Blader hier door de digitale versie of vraag uw eigen editie aan.

