Soms kost het mevrouw Eisenburger moeite om een woord te vinden. Ze weet wat ze wil zeggen, maar de taal laat zich niet altijd naar buiten brengen. Haar blik doet dat wel. Die kan instemmend zijn, onderzoekend of beslist. Wie haar goed kent, ziet genoeg. Haar vriendin, Marie-Thérèse Versteegen, met wie ze al ruim vijftig jaar in vriendschap verbonden is, helpt tijdens het gesprek de woorden aan te reiken. Steeds kijkt ze daarbij naar mevrouw Eisenburger: klopt het wat we vertellen? Mevrouw luistert, corrigeert waar nodig en laat duidelijk merken wat wel en niet bij haar past.
Dat nauwkeurige kijken loopt als een draad door haar leven. Als kind kreeg ze op school de opdracht een opstel te schrijven over De Stier van Paulus Potter. Niet de imposante stier trok haar aandacht, maar het kleine kikkertje onderaan het schilderij. De juffrouw vroeg: had ze de stier eigenlijk wel gezien? Natuurlijk had ze die gezien. Alleen zag mevrouw Eisenburger ook waar een ander gemakkelijk voorbij kijkt.
Ze groeide op in Den Haag als een gevoelig en oplettend kind, dol op lezen, tekenen en dagdromen. In een van de herinneringen die later in het boek Zout kan zichzelf niet proeven zijn vastgelegd, vertelt ze hoe ze zichzelf als klein meisje op sombere momenten toesprak: “Mam, ik ga mijzelf blij maken.” Dan klom ze op een stoel of tafel en maakte juichbewegingen. Geen grote levensfilosofie, maar een vroeg bewijs van iets wat altijd bij haar is gebleven: niet alleen waarnemen wat er is, maar ook zoeken naar wat er mogelijk wordt als je anders kijkt.
Een leven verbonden met Afrika
Afrika verscheen al vroeg in haar blikveld. Voor een spreekbeurt koos ze het continent als onderwerp en tijdens de handwerkles verving ze de witte figuurtjes op een wandkleed door donkere. Na de mulo solliciteerde ze, vijftien jaar oud, bij het Centraal Missie Commissariaat in Den Haag. Pater Jan van Croonenburg koos haar als zijn persoonlijke secretaresse. Op zijn kantoor stonden Afrikaanse beelden. Wanneer hij er niet was, bekeek ze die aandachtig en verschoof ze soms een beetje, zodat ze beter tot hun recht kwamen. Hij merkte het en vroeg of ze wilde weten wat het waren. Haar antwoord was eenvoudig: graag.
Zo begon een loopbaan die 43 jaar zou duren. Mevrouw Eisenburger werkte mee aan de opbouw en professionalisering van het Afrika Museum in Berg en Dal, studeerde culturele antropologie naast haar werk en werd achtereenvolgens conservator en directeur-conservator. Ze reisde naar Afrika om streken en mensen te leren kennen, niet om voorwerpen mee naar Nederland te nemen. Wat hier vaak als kunst in een vitrine belandde, had daar een functie in het dagelijks of spiritueel leven. Juist dat verhaal wilde zij zichtbaar maken.
Onder haar leiding groeide het museum uit tot een plek waar bezoekers niet alleen naar objecten keken, maar ook werden uitgenodigd hun eigen blik te onderzoeken. Een hoogtepunt was de opening van het Buitenmuseum, met woonvormen uit verschillende delen van Afrika. Toch wil ze uit haar museumjaren niet één mooiste herinnering kiezen. Het geheel telde: de collectie, de tentoonstellingen, de samenwerking en de vele mensen met wie ze ideeën en kennis verbond.
Verbinden deed ze ook buiten het museum. Ze was actief in culturele en maatschappelijke netwerken, van de Rotary tot landelijke vrouwen- en museumorganisaties. Niet om overal haar naam aan te verbinden, maar om mensen en perspectieven bij elkaar te brengen. “Verbindingen leggen,” vat haar Marie-Thérèse het samen. Mevrouw Eisenburger stemt in.
Wanneer woorden niet vanzelf komen
In 2008 stopte mevrouw Eisenburger met haar werk. Ze was steeds vermoeider, zonder dat duidelijk was waarom. In 2011 bleken twee hersentumoren de oorzaak. Eén tumor werd geopereerd, de andere, vlak bij het spraakgebied, bestraald. De prognose was destijds tweeënhalf tot drie jaar. Inmiddels zijn er vijftien jaar verstreken.
De afasie maakt spreken moeilijk. Dat frustreert haar, juist omdat er zoveel kennis, herinnering en betekenis aanwezig is. Maar wie denkt dat mevrouw Eisenburger daardoor niet meer kan aangeven wat zij wil, vergist zich. Met mimiek, gebaren en een heldere ja of nee maakt ze haar voorkeuren kenbaar. Wanneer haar kleding wordt nagekeken, wil ze erbij zijn en beslist ze mee wat gerepareerd of bewaard moet worden. Ook de medewerkers in Villa Hamer hebben haar taal leren verstaan. “Het zit er allemaal wel,” zegt Marie-Thérèse. Alleen de weg naar buiten vraagt tijd en aandacht.
Die aandacht kreeg zij tijdens dit gesprek ook. Het was geen gemakkelijke dag en niets hoefde te worden geforceerd. Marie-Thérèse vertelde, mevrouw Eisenburger luisterde en vulde aan waar de woorden kwamen. Toen het over de reizen voor het museum ging, corrigeerde ze meteen een mogelijke misvatting: “Ik nam nooit iets mee.” En wanneer het boek ter sprake kwam, was haar reactie helder en trots: “Maar dit is wel mijn boek.” Haar stem is er. Soms in een paar woorden, soms in een blik die geen verdere uitleg nodig heeft.
“Dit is het”
Bijna vijftig jaar woonde mevrouw Eisenburger in haar huis in Beek, op nog geen kilometer van Villa Hamer. Het liefst was ze daar gebleven. Marie-Thérèse hielp haar jarenlang, de laatste jaren zelfs dag en nacht. Maar de lichamelijke zorg werd zwaarder en het huis kon niet voldoende worden aangepast. Samen bekeken ze verschillende woonplekken. Geen ervan voelde goed. Tot ze Villa Hamer binnenkwamen. “We kwamen hier en we wisten het meteen: dit is het,” vertelt haar Marie-Thérèse. Mevrouw Eisenburger knikt instemmend.
Het appartement bleek bijna dezelfde ligging te hebben als haar huis in Beek. Er is licht, zon en uitzicht op de straat. Net als vroeger kan ze vanuit het raam mensen zien langskomen. Dat past bij iemand die altijd eerst observeert. Ook in de eetkamer van Villa Hamer keek ze de eerste dagen rustig rond: hoe gaat het hier, met wie ontstaat contact en waar hoeft niets? Zo vond ze haar eigen plaats.
De kunstcollectie verhuisde met haar mee. De beelden en objecten staan en hangen niet als decoratie, maar als vertrouwde huisgenoten met ieder een eigen verhaal. Samen maken ze van het appartement onmiskenbaar haar plek. De zorg is dichtbij, maar mevrouw Eisenburger kiest zelf waaraan ze deelneemt. Bloemschikken hoeft voor haar niet. Bij muziek en samenzang is ze er graag bij. Ze ontvangt familie, oud-collega’s en vrienden; er is vrijwel altijd wel iemand die langskomt.
Een schilderij dat terugkwam
Tussen haar kunstwerken hangt een schilderij met een geschiedenis die precies bij haar verzameling past. Jaren geleden zag mevrouw Eisenburger het tijdens een vernissage. Het trok haar aan, maar ze wilde er nog even over nadenken. Toen ze terugkwam, zat er een rode stip bij: verkocht. “Dan moet het zo zijn,” zei ze.
Vele jaren later ontvingen de paters een nalatenschap: een huis met de volledige inboedel. Mevrouw Eisenburger werd gevraagd mee te kijken. En wat hing daar tot haar verbazing? Het schilderij dat zij al die tijd niet was vergeten. Via een weg die niemand had kunnen bedenken, kwam het alsnog bij haar terecht. “Het had zo moeten zijn.” Nu hangt het in haar appartement in Villa Hamer. Omdat het laat zien wat voor haar altijd vanzelfsprekend was: mensen en voorwerpen kunnen elkaar herkennen, kwijtraken en later opnieuw vinden.
Haar wereld verhuisde mee
Dat idee keert terug in Zout kan zichzelf niet proeven, het boek dat Ulrike Weinhold over mevrouw Eisenburger en haar persoonlijke kunstcollectie schreef. Zout krijgt pas smaak in verbinding met iets anders; zo spiegelen mevrouw Eisenburger en haar kunstwerken elkaar. Toen de verhuizing naar Villa Hamer naderde, vond Ulrike dat die wereld moest worden vastgelegd. Het boek bleek ook een stille wens van mevrouw Eisenburger zelf.
De presentatie vond plaats in Villa Hamer. Mevrouw Eisenburger mocht zelf zo”n twintig tot vijfentwintig mensen uitnodigen. Oud-collega’s, vrienden, bewoners en medewerkers vulden de ruimte. Op haar huidige woonplek kwam het leven van daarvoor opnieuw samen. Zo werd de presentatie geen terugblik op iets wat definitief voorbij is, maar een ontmoeting met een netwerk dat nog altijd om haar heen staat.
Ook buiten de villa blijft er ruimte voor wat zij graag doet. Omdat mevrouw Eisenburger altijd graag reisde, organiseerden activiteitenbegeleidster Samira en de eerstverantwoordelijke verzorgende Mirjam van Villa Hamer samen met Marie-Thérèse een paar dagen weg. Ze bezochten Paleis Het Loo en het Kröller-Müller Museum en speelden ’s avonds een spelletje. Dat zo”n reis nog mogelijk was en medewerkers zich daarvoor wilden inzetten, maakte die dagen extra bijzonder.
Koffie, de krant en goede bekenden
Marie-Thérèse komt vrijwel iedere dag. ’s Morgens drinken ze koffie, lezen ze de krant en nemen ze rustig door wat de dag brengt. Soms spelen ze later een spelletje. De intensieve mantelzorg van thuis is veranderd in nabijheid. Niet meer voortdurend verantwoordelijk hoeven zijn, wel blijven delen wat hen al zo lang verbindt. “Ik ben er heel dankbaar voor,” zegt Marie-Thérèse over hun band.
Haar lichamelijke beperkingen en afasie zijn niet verdwenen. Maar tussen haar eigen kunstwerken, met vertrouwde mensen om haar heen en medewerkers die haar steeds beter begrijpen, kan mevrouw Eisenburger in Villa Hamer zoveel mogelijk zichzelf blijven. Ze kan naar muziek, bezoek ontvangen, een reis maken of gewoon vanuit haar stoel kijken naar wat er buiten gebeurt. Haar wereld is niet achtergebleven in het huis in Beek. Die is, zorgvuldig en bijna voorwerp voor voorwerp, met haar mee verhuisd.
Wie haar alleen op woorden beoordeelt, mist een groot deel van mevrouw Eisenburger. Kijk naar wat ze aanwijst. Naar de kunst die ze om zich heen verzamelde. Naar de mensen die blijven komen. Dan wordt zichtbaar wat haar leven altijd heeft gekenmerkt: aandacht voor het kleine, openheid voor het andere en het vermogen om verbindingen te zien waar een ander misschien aan voorbijgaat.

