Na zestig jaar samen en vierenvijftig jaar huwelijk kennen dhr. en mevrouw Verstegen – Ger en Toos – elkaar door en door. Ze werden ouders van twee kinderen en grootouders van vijf kleinkinderen. Ze deelden een huis, een tuin, vaste gewoonten en de vanzelfsprekendheid van iedere dag. Toen Toos door een herseninfarct lichamelijk beperkt raakte, werd haar man haar mantelzorger. Hij hielp waar zij het niet meer alleen kon. Tot hun leven in korte tijd van richting veranderde.

Kanker in zijn rug veroorzaakte bij Ger een dwarslaesie. Van de ene op de andere dag zakte hij door zijn benen. Lopen ging niet meer. Na ziekenhuisopnames en tijdelijke verblijven volgde begin dit jaar het bericht dat verdere behandeling niet meer mogelijk was. De artsen spraken over drie tot zes maanden. Ineens was hij degene die dag en nacht zorg nodig had. Zorg die Toos, door haar eigen beperkingen, niet kon geven.

Een goede oplossing, vlak bij huis

Zo kwam Ger in Villa Hamer terecht, vlak bij hun huis in Berg en Dal. Het alternatief was een hospice. Villa Hamer bood hem een andere mogelijkheid: een eigen appartement, de noodzakelijke zorg dichtbij en toch ruimte om zijn leven zoveel mogelijk op zijn manier voort te zetten. Voor iemand in zijn situatie noemt hij het “een goede oplossing”.

Hier woont hij dicht genoeg bij huis voor de dagelijkse bezoekjes van Toos en voor bekende gezichten die gemakkelijk even binnenlopen. In het begin reed hij met zijn elektrische rolstoel nog geregeld naar huis. Die rolstoel gaf hem een stuk vrijheid terug. Een rondje door het dorp, kijken wat er onderweg gebeurt, zelf bepalen waar hij heen gaat. Naar huis rijden wordt inmiddels lichamelijk én emotioneel zwaarder. Het is vertrouwd terrein, maar niet meer vanzelfsprekend zijn plek voor de nacht.

Accepteren is geen afgerond besluit

Aan zijn situatie probeert hij geen mooiere woorden te geven dan nodig. “Je moet gewoon accepteren dat het zo is,” zegt hij. Tegelijk is accepteren geen afgerond besluit. Zijn hoofd weet nog precies hoe het was om op te staan, een probleem op te lossen of simpelweg iets zelf te pakken, zijn lichaam volgt niet meer. Soms denkt hij even dat hij vanuit bed wel kan gaan staan. Een jaar geleden kon dat nog. Nu niet meer. Die botsing tussen weten en kunnen blijft pijnlijk, ook als hij er soms een grap over maakt.

Zelf blijven bepalen

Ger is een scherpe waarnemer. Als voormalig projectmanager in de installatiewereld – onder meer in grote ziekenhuizen – ziet hij snel hoe processen lopen en waar iets slimmer of beter kan. “Vooral als het niet meer werkt,” antwoordt hij wanneer het gesprek gaat over alle techniek die na de bouw aan het oog wordt onttrokken. Diezelfde blik neemt hij mee naar Villa Hamer. Hij leert de medewerkers kennen, ziet wie welke aanpak heeft en spreekt zich uit als iets volgens hem niet logisch of zorgvuldig verloopt. Direct, soms stevig, maar niet om te mopperen om het mopperen. Afhankelijk zijn maakt kleine fouten groot. Een lamp die blijft branden of een tablet die buiten bereik hangt, betekent dat hij moet bellen voor iets wat vroeger één handbeweging was.

Hij belt overigens liever niet te snel. Wat hij zelf kan, doet hij zelf. Medicatie regelt hij zoveel mogelijk zelfstandig. Twee keer per week komt een fysiotherapeut om zijn benen en voeten te bewegen en te oefenen. Alleen al een klein beetje beweging dat terugkomt, telt. Ook bij zijn pijnmedicatie maakt hij bewuste afwegingen: genoeg om de pijn hanteerbaar te houden, maar niet zoveel dat hij zichzelf kwijtraakt. Regie houden zit soms in grote keuzes, maar vaak ook in kleine, precieze afwegingen.

Ook sociaal kiest hij zijn eigen koers. Aan gezamenlijk eten met alle bewoners heeft hij weinig behoefte. Contact dat niet wederkerig kan zijn vindt hij lastig en hij wil niet worden overgehaald omdat gezelligheid nu eenmaal op het programma staat. Als hij niet wil praten, is nee ook echt nee. Maar wanneer hij er wél voor openstaat, ontstaan gesprekken en plagerijen met medewerkers. Dan test hij met een droge opmerking hoe iemand reageert, of wordt er tijdens de zorg samen gelachen. “Met sommigen krijg je wel een band,” zegt hij. Het verschil zit voor hem niet in veel aandacht, maar in aandacht die klopt.

Dat betekent ook dat er ruimte moet zijn voor mindere dagen. Medewerkers herkennen die steeds beter. En wanneer er iets misgaat, kan het worden uitgesproken. Mevrouw Verstegen ziet juist daarin een belangrijk verschil. Niet doen alsof er niets gebeurd is, maar terugkomen, luisteren en er samen van leren. Ger wil over zijn woonplek best positief vertellen, zegt hij, “maar in ieder geval toch ook gewoon eerlijk”.

Genoeg aan wie hem lief zijn

De dagen krijgen vooral kleur door zijn gezin. “Het mooiste vind ik het als de kinderen en kleinkinderen komen,” zegt hij. “En dat is voor mij genoeg.” De vijf kleinkinderen zijn niet allemaal meer klein, de jongste is veertien. Hun bezoek, de levendigheid van de familie en samen eten bij een van de kinderen dragen hem door de dagen en weken. Wanneer ze naar hun dochter of zoon gaan, een verjaardag vieren of met de familie eten, regelen Ger en Toos zelf de rolstoelbus. Even onderdeel zijn van de vertrouwde drukte, daar kijkt hij naar uit.

Iedere dag dicht bij elkaar

En iedere dag is Toos er. Ze woont bewust nog in hun eigen huis, waar ze haar eigen ritme en rust bewaart. Maar in Villa Hamer kennen ze haar inmiddels net zo goed. Medewerkers vragen ook hoe het met háár gaat en houden rekening met wat deze periode van haar vraagt. Dat ze ook naar haar omkijken, vindt ze prettig. “Ik zit er ook weleens doorheen,” vertelt ze. De belangstelling voor haar is dan ook geen overbodige beleefdheid. Zij staat naast haar man in een werkelijkheid die ook haar leven volledig verandert.

Voor de avonden is zijn zorgbed verbreed. Het eerste bed bood Ger zelf voldoende ruimte, vond hij. Maar nu is er ook een plek waar Toos naast hem kan liggen. Soms kruipt ze rond zeven uur even bij hem. Gewoon even samen, zoals ze dat hun hele leven gewend zijn. Later slaapt ze op de bank in zijn appartement. ““Je bent toch bij elkaar in de buurt. Toch een beetje bij elkaar,” zegt ze. Het is nabijheid zonder grote gebaren: vasthouden aan een gewoonte die al ruim zestig jaar bij hen hoort.

Ook andere kleine gebaren blijven hangen. Toen Ger en Toos vierenvijftig jaar getrouwd waren, wilden ze daar niet veel ophef over maken. Mevrouw Verstegen had het terloops genoemd. Toch stonden medewerkers op de dag zelf met een bloemetje voor hen klaar. “Ze hadden het onthouden,” zegt ze. Niet het boeket op zichzelf, maar het gezien worden maakte het waardevol.

Wat er nog wél is

Ger voelt zelf geen behoefte om steeds opnieuw uit te leggen wat hem is overkomen. Mensen die vooral “van de hoed en de rand” willen weten, noemt hij zonder omwegen ramptoeristen. Zijn ziekte is niet het interessantste aan hem en hoeft niet telkens opnieuw het gesprek binnen te worden gehaald. Wat geweest is, is geweest. Met vandaag moet hij verder. Daarom gaat dit verhaal niet alleen over verlies, maar ook over wat er nog wél is: buiten zitten in de schaduw, televisie kijken, iets lezen, oude buren ontvangen, de bedrijvigheid voorbij zien komen, een medewerker op het juiste moment spreken en met de rolstoel op pad.

Villa Hamer neemt de werkelijkheid niet weg. Ger woont er niet omdat hij dat ooit voor zichzelf had uitgetekend. Hij woont er omdat thuis niet meer kon en omdat hij hier de zorg krijgt die hij nodig heeft, met ruimte om zijn dagen zoveel mogelijk op zijn eigen manier in te vullen. Zijn vrouw kan iedere dag komen, zijn familie is altijd welkom en kent inmiddels zelfs de weg naar het koffieapparaat. Op goede momenten gaat hij zelf naar buiten; op andere momenten is hulp met één druk op de knop dichtbij.

“Ik ben niet ontevreden,” zegt Ger. Uit zijn mond is dat geen zuinige formulering, maar een weloverwogen oordeel. Het leven is anders geworden en de tijd voelt kostbaar. Daarom moet wat er nog is echt zijn: een open gesprek, een rondje buiten, eten met de kinderen en “s avonds Toos even naast hem. Dicht bij huis. En vooral dicht bij elkaar.

Gerelateerde verhalen

  • Bewoners aan het woord

    “We kwamen hier en we wisten het meteen. Dit is het.”

    Mevrouw Eisenburger — Bewoner Villa Hamer

  • Bewoners aan het woord

    "Als ik iets eenmaal in mijn hoofd heb, dan zet ik het meestal door."

    De heer Vlaanderen — Bewoner Villa Hamer