Je kunt je op een goede, positieve manier voorbereiden op je levenseinde, vindt oud-huisarts/onderzoeker Machteld Huber (74), die tevens oprichter is van het Institute for Positive Health. Focussen op wat je wel kunt, niet op wat niet meer gaat, en vooral: zorgen dat je voorbereid bent op je levenseinde. Praktisch én psychisch.
Door Vera Spaans
Zoals ‘de eerste duizend dagen’ cruciaal zijn voor een goede start van jonge kinderen, zo zijn ook ‘de laatste duizend dagen’ van je leven van groot belang. Dit is het uitgangspunt van Machteld Huber, die de basis legde voor het idee van Positieve Gezondheid en dat nu toepast op haar laatste levensfase. Focussen op wat je wel kunt, niet op wat niet meer gaat, en vooral: zorgen dat je voorbereid bent op je levenseinde. Praktisch én psychisch.
Witte wijn en bridge
‘Ik wil je een plaatje laten zien’ zegt Huber, en ze tovert een grafiekje tevoorschijn van onze levensloop. Het is een staatje van 55 jaar geleden, dat niets aan kracht heeft ingeboet.
De eerste twintig jaar draait het om ‘ontvangen’, zoals kinderen hun opvoeding ‘ontvangen’ van hun ouders, groeien en leren. Daarna draaien de volgende dertig tot vijftig jaar om ‘verwerken’, de periode dat volwassenen een heel actieve bijdrage leveren aan de maatschappij. Maar de fase daarna, zegt Huber, daar wordt het pas echt interessant. Dan komt de fase van het ‘schenken’: ‘Mensen denken wel: dan takelen we af en wordt het één grote ellende, wat ze vervolgens proberen weg te werken met veel witte wijn en bridgen. Maar het kan ook een heel rijke tijd zijn, omdat je veel te geven hebt, onder andere aan levenservaring. Dat is heel vervullend.’
Ontspullen
Dat geven kun je ook rustig heel letterlijk nemen, want een van Hubers speerpunten is ‘ontspullen’. ‘Het laatste wat je wilt, is je kinderen na je dood opzadelen met jouw rommel. Ik las een boek over een gezin in Brabant (Wat doen we met de spullen, Dick Wittenberg), waarbij vijf kinderen de spullen van moeder moesten verdelen. Alle spanningen uit hun kindertijd kwamen terug. En dat eindeloze gedoe: wat moet er met dat klokje, met dat schilderijtje?’ Hubers stellige overtuiging: zadel hier de volgende generatie niet mee op. Bekijk al je spullen à la Marie Kondo: pak iets vast en kijk wat het je doet. Maakt je hart een sprongetje, houd het dan, en zoek er anders een mooie bestemming voor. Huber heeft toen ze van het familiehuis verhuisde naar een veel kleinere ‘levensloopbestendige’ woning, met de mogelijkheid gelijkvloers te leven – nog zo’n aanrader in je ‘laatste duizend dagen’ – zoveel mogelijk weggegeven. ‘Ik begon met de kleinkinderen, want die gaan het langst mee. Die mochten het huis door en een top tien noteren van wat ze graag wilden hebben. Daarna was het de beurt aan de kinderen, en wat er toen nog over was hebben we weggegeven aan vrienden, bekenden of een weggeefwinkel. Dat geeft zo’n voldaan gevoel.’
Spijt voorkomen
Ontspullen, kleiner gaan wonen – allemaal praktische zaken om met een licht gemoed je laatste levensfase in te gaan. Maar ook psychisch kun je je er beter op instellen. Huber verwijst naar een onderzoek van een verpleegkundige in een hospice, die op een rijtje zette waar mensen op hun sterfbed spijt van hadden. Vijf keer ‘had ik maar’: had ik mijn leven maar op mijn eigen manier geleid, had ik maar niet zo veel gewerkt, had ik mijn gevoelens maar vaker getoond, had ik mijn vrienden maar meer gekoesterd, en had ik mezelf maar meer toegestaan om gelukkig te zijn. ‘Waarom zou je dit pas uitspreken als je op je sterfbed ligt? Realiseer je dat veel eerder en doe er wat mee!’
Strammer en stijver
Wanneer die laatste duizend dagen ingaan, dat weet natuurlijk niemand. Het is ook een titel met een knipoog. Maar ermee bezig zijn is minder een taboe dan je zou denken, zegt Huber. ‘Bij mijn lezingen komen vaak de kinderen mee. Die zijn heel blij als hun ouders bijtijds over hun leven en hun dood willen praten.’
Het moet je maar net gegeven zijn, zo de regie houden over de laatste jaren van je leven. “Fysiek ga je achteruit, dat is een feit,” vervolgt ze. ‘Maar ook daar kun je veel tegen doen, hoor. Zorgen je gezond blijft eten, blijft bewegen, en in verbinding blijft staan met anderen. Ergens bij horen is zó goed voor je gezondheid. En natuurlijk is alles strammer en stijver en kun je ziek worden. Maar probeer toch vooral te genieten van wat je wel kunt.’
Betekenis
En die eenzame ouderen dan, die de hele dag alleen thuis zitten? ‘Je hoeft niet te gaan zitten wachten tot er mensen op bezoek komen,’ zegt Huber streng. ‘Dan vind je dat je wat moet krijgen, terwijl je je ook kunt afvragen: wat heb ik te geven? Wat kan ik voor een ander betekenen? Bekommer je eens om een buurvrouw, ga vrijwilligerswerk doen. Wij hebben hier een bomenmuseum, daar werken veel ouderen, die hebben het er ontzettend naar hun zin.’
Het proces van loslaten
De eerste duizend dagen, die bereiden een kind voor op een goed leven. Maar ja – die laatste duizend dagen, daarna volgt, uiteindelijk, de dood. Huber lacht. ‘Die is ook echt zo erg niet. Ik ben sinds het sterfbed van mijn vader niet meer bang voor de dood. Hij is zo mooi gegaan, ik zag zo’n verrukking op zijn gezicht toen hij stierf. Hij werd gehááld bij zijn sterven.’ Ook hiervan zegt ze: wees voorbereid. Euthanasie is niet de enige optie, denk ook eens na over bewust stoppen met eten en drinken (BSTED genoemd), waarbij je de regie houdt en goed afscheid kunt nemen. ‘Het leven afronden en loslaten, het zijn allemaal groeiprocessen, in het Engels heet het niet voor niets growing old. Een heel mooi proces.’
Derde editie Lares
Dit interview met Machteld staat in de derde editie van Lares, ons relatiemagazine. Blader hier door de digitale versie of vraag uw eigen editie aan.

