Wie mevrouw Van den Berg ontmoet, merkt het meteen. De manier waarop ze vertelt. Helder, precies, met oog voor detail. En altijd met een zekere zelfstandigheid erin verweven. Ze draagt haar geschiedenis niet luid met zich mee, maar je voelt het in alles: in haar nuchterheid en in de vanzelfsprekendheid waarmee ze zegt dat ze niemand tot last wil zijn.
Een leven dat begint ver van hier
Ze is 86 en woont sinds oktober in Villa MaJa in Rhoon. Geboren op Curaçao, gevormd door een leven vol verplaatsingen en aanpassingen. “Ik hou niet van kou,” zegt ze lachend. “Dat heb ik altijd gehad. Ik ben wat dat betreft een tropenkind gebleven.” Dat ene luchtige zinnetje zegt eigenlijk veel over haar. Over waar ze vandaan komt, maar ook over wat er diep vanbinnen altijd is gebleven.
Als kind leerde ze al vroeg wat het betekent om je aan te passen. Haar vader werkte voor Shell en het gezin woonde op verschillende plekken. School was er niet altijd waar haar ouders waren. Dus verbleef ze vanaf jonge leeftijd bij kennissen, eerst op Curaçao, later ook in Nederland. “Vanaf mijn tiende zat ik al bij andere mensen in huis. Dat is niet leuk in het begin. Maar daar word je sterk van.”
Sterk, maar ook zelfstandig. En misschien ook voorzichtig. Niet tot last willen zijn, zit er diep in. Dat zie je nog altijd terug. Wie jong leert dat er steeds ergens een plek voor hem gezocht moet worden, leert vaak ook om niet te veel ruimte in te nemen. Om zich aan te passen. Om sterk te zijn. Dat voel je nog altijd terug in hoe mevrouw naar het leven kijkt. “Zolang ik het zelf kan, doe ik het zelf.”
Als tiener kwam ze naar Nederland. Midden in de winter. Een groot contrast met het leven dat ze kende. Ze herinnert zich de kou nog goed. Kamers zonder verwarming. IJs op de ramen. “Ik kon er helemaal niet tegen.” De overgang was groot. Niet alleen het klimaat was anders, ook het leven zelf voelde vreemd en hard. Toch vond ze haar weg, zoals ze dat al jong had geleerd.
Samen de wereld over
Later keerde ze terug naar haar ouders, die inmiddels ook in Nederland woonden. Ze volgde een opleiding, ging werken en kwam via Shell opnieuw in aanraking met de wereld die ze kende. Daar leerde ze ook haar man kennen. “In de toneelgroep van Shell… zo ging dat.”
Ze trouwde jong, kregen samen een zoon en bouwden een leven op waarin reizen een belangrijke rol speelde. Zijn werk bracht hen naar plekken over de hele wereld. Singapore, Hongkong, Nieuw-Zeeland. Later maakten ze samen cruises. Hun leven samen bestond uit verre bestemmingen, bijzondere ontmoetingen en alles wat onderweg werd meegenomen in herinnering. “Overal zag ik iets moois. Een glas, een flesje, iets kleins. Dat nam ik mee. Dat zijn herinneringen. Die neemt niemand me meer af.”
Haar huis in Rhoon, waar ze 26 jaar woonde, stond er vol mee. Met spullen, maar vooral met verhalen. Avondkleding van cruises, glaswerk uit verre landen en popjes die ze zelf aankleedde. Tastbare resten van een leven dat rijk en vol is geweest.
Toen het stil werd
Maar na het overlijden van haar man werd het stil. “Je bent je praatmaatje kwijt. Dat is erg eenzaam.” Zijn overlijden kwam als een schok. Kort daarvoor was er nog geen reden om te denken dat het zo snel zou gaan. Een infectie, een opname in het ziekenhuis en vijf dagen later was hij er niet meer.
Toch bleef ze er wonen. Totdat één val alles veranderde. Op een gladde winterdag ging ze onderuit toen ze de hond uitliet. Haar heup brak. Na een periode van ziekenhuis en revalidatie keerde ze terug naar huis. Maar het was niet meer zoals daarvoor.
Een huis dat te groot werd
“Ik zat beneden op de bank, naar de televisie te kijken. Ik kon de trap niet meer op. Netflix is hartstikke leuk, maar na een tijdje ben je dat echt zat.” Schilderen, iets wat ze altijd graag deed, lukte niet meer. Autorijden niet. Zelf boodschappen doen niet. Haar wereld werd kleiner. En stiller. Gelukkig had ze beneden alles wat ze nodig had: een keuken, woonkamer, slaapkamer en badkamer. Maar het leven speelde zich ineens af op een paar vierkante meters. Wat ooit een vertrouwd thuis was, voelde steeds meer als een plek waarin ze vastzat.
Ook haar zoon Jurgen zag het gebeuren. “De vereenzaming zagen we heel duidelijk,” zegt hij. “En na een paar keer vallen wisten we: zo kan het niet doorgaan.” De zorg thuis werd zwaarder, voor iedereen. Niet alleen praktisch, maar ook emotioneel. Jurgen en zijn vrouw waren wekelijks meerdere dagen kwijt aan zorgen, regelen, boodschappen doen en het huis draaiende houden. Dat deden ze met liefde, maar het drukte wel een steeds grotere stempel op hun leven samen.
“Ik weet dat ze het met alle liefde voor me deden,” zegt mevrouw Van den Berg. “Maar het zat mij niet lekker.” En juist daar zit die diepere laag. Niet alleen de eenzaamheid thuis speelde mee, maar ook het gevoel dat ze afhankelijk werd van de mensen van wie ze houdt. Dat vond ze misschien nog wel moeilijker.
Niet wat ze dacht
De stap naar een zorgvilla voelde in eerste instantie groot. Ze had er een duidelijk beeld bij. Geen prettig beeld. “Ik dacht: je mag niks meer. Alles gaat volgens regels, je hebt weinig vrijheid. Dat leek me niks.” Ze dacht aan een plek waar de vrijheid zou verdwijnen. Waar vooral regels zouden zijn. Waar mensen in een kring zaten en de dagen allemaal hetzelfde voelden. Een beeld dat ze kende van horen zeggen, van televisie, van verhalen van anderen. En waarin zij zichzelf totaal niet herkende.
Tot ze ging kijken. Eerst Jurgen en zijn vrouw. Zij waren meteen enthousiast. Daarna ging ze zelf mee naar Villa MaJa. “De ontvangst… kopje koffie, koekje erbij, gewoon praten. Dat sprak zo aan.” Wat haar vooral raakte, was de manier waarop er met mensen werd omgegaan.
“Ik zag hoe ze hier met bewoners omgaan. Ook met mensen met dementie. Zo liefdevol. Mijn petje af.” Dat gaf vertrouwen.
Kast voor kast loslaten
Toen er een appartement vrijkwam, ging het snel. En begon het moeilijkste deel: afscheid nemen.
Van haar huis. Haar spullen. Haar kleding. Haar verzamelingen. Haar hond. “Kast voor kast. Weg. Dat was moeilijk.” Toch gingen de belangrijkste dingen mee. Haar popjes. Haar glasverzameling. Kleine tastbare herinneringen aan een leven dat overal sporen heeft achtergelaten.
Weer leven in de dag
In Villa MaJa vond ze langzaam iets terug wat ze kwijt was geraakt: ritme, aanspraak en gezelligheid. Ze doet mee aan activiteiten, praat makkelijk met anderen en ontdekte iets nieuws: mandala’s kleuren. “Dat heb ik hier geleerd. Ik hou van mooie kleuren. En daar ben ik nu iedere dag mee bezig.” Soms samen met een medebewoner. Gewoon, naast elkaar, ieder met een eigen blad. Stil of in gesprek.
Dat past goed bij haar: zelfstandig, maar niet alleen. Zelf bezig zijn, en tegelijk toch de nabijheid van anderen voelen. Ze blijft daarbij trouw aan wie ze altijd is geweest. “Ik kan mezelf wassen, aankleden, mijn nagels lakken, mijn haar knippen. Alleen bij het douchen en met de steunkousen heb ik hulp nodig.” En dat is precies goed zo. Hulp waar nodig, ruimte waar het kan. Juist dat maakt dat het leven hier voor haar werkt.
Hulp waar nodig, ruimte waar het kan
Jurgen merkt het verschil. Niet alleen voor zijn moeder, maar ook voor zichzelf. “De grootste rust is dat er nu altijd iemand dichtbij is. Dat gevoel hadden we thuis niet.” Hij woont zelf in Zoetermeer, op ongeveer een half uur rijden. Er zijn momenten geweest waarop zijn moeder was gevallen en hij eerder bij haar was dan de hulpdiensten. Dat gevoel van onmacht en onrust is sinds haar verhuizing sterk verminderd. De geruststelling dat er nu altijd snel iemand kan zijn, maakt een wereld van verschil. Maar belangrijker nog: zijn moeder is niet meer alleen. “Gezelligheid heb ik hier weer gevonden,” zegt ze. “Dat was ik kwijt.”
Ze leeft haar leven anders dan vroeger, maar nog steeds op haar eigen manier. Met haar verhalen, haar herinneringen, haar blik op de wereld. En met de overtuiging dat ze zoveel mogelijk zelf wil blijven doen.
En als het buiten koud is? Dan blijft ze liever binnen. Zoals mevrouw al aangaf: “Ik ben wat dat betreft een tropenkind gebleven. Ik hou niet van de kou,” zegt ze lachend. “Maar hier zit ik goed. Heel goed zelfs.”

