Sophie van Loon (80) is de bedenkster en oprichtster van wat tegenwoordig Zorggroep De Laren heet. In het kader van het 20-jarig jublieum kijkt zij, samen met de huidige directeur-eigenaren Esther van Dalen en Roy Paassen, terug én vooruit. Natuurlijk zijn er in twee decennia dingen veranderd. Maar het uitgangspunt bleef hetzelfde: ‘Zou ik dit ook voor mijn eigen moeder willen?’
Door Anniek van den Brand
Geschokt was Sophie van Loon toen ze hoorde dat het verpleeghuis waarin haar moeder in de jaren tachtig na een beroerte belandde, had verordonneerd dat ze haar prachtig lange, grijze haar moest afknippen. ‘Omdat de Grace Kelly-rol waarin ze het altijd droeg, te veel werk was voor het personeel.’ Datzelfde personeel was ook niet van plan Sophies moeder elke ochtend in haar korset te helpen. ‘Dan heb je het dus over een vrouw die in 1898 geboren is, hè. Mijn moeder lééfde in haar korset.’ Het verpleeghuispersoneel had ook nog een ‘handige tip’: knip je moeders jurken van achter open en zet er klittenband in; dat is veel praktischer met aankleden en scheelt ons een hoop tijd. ‘Het was, alles bij elkaar, het perfecte recept om mijn moeder binnen de kortste keren doodongelukkig te maken.’
Met liefde fietste Sophie uit pure noodzaak dan maar zelf elke ochtend naar het verpleeghuis om haar moeder aan te kleden en haar haar op te steken. Dat moet toch anders kunnen, dacht ze dan, als ze van daaruit gehaast naar haar baan op een architectenbureau reed.
Zelf bouwen
Even hiervoor is Sophie van Loon met de lift naar de eerste etage van Villa Hoefstaete gekomen, een van de zeven zorgvilla’s van Zorggroep De Laren. Het klinkt als vleierij om te zeggen dat iemand jonger oogt dan haar daadwerkelijke leeftijd, maar in haar geval is daar geen woord van gelogen. Goudblonde krullen omlijsten een innemend gezicht met levendige ogen, boven een vlotte, met smaak gekozen outfit. Dat ze last heeft van een knie waaraan ze binnenkort wordt geopereerd, hoeft niemand te weten; de stok waarmee ze tot die tijd loopt, mag onder geen beding op de foto.
‘Wat ik voor mijn moeder wilde, ben ik zelf maar gaan bouwen’, vertelt ze, ‘want zoiets bestond destijds domweg niet.’ Wat ze dan wilde? ‘Een huis met ruime appartementen en een aparte slaapkamer waar oude mensen warme, persoonsgerichte zorg vinden, afgestemd op hun wensen en op wat ze nog wél kunnen.’ Even trekt ze haar wenkbrauwen op, alsof ze wil zeggen: hoe moeilijk kan het zijn?
Keurslijf
Esther van Dalen, die tien jaar geleden de directeursstoel van Sophie van Loon overnam en inmiddels mede-eigenaar is, knikt instemmend bij haar verhaal. ‘Het is een heel raar idee dat mensen tot hun tachtigste alles zelf mogen beslissen, en dat in een keer allemaal moeten opgeven als ze niet langer zelfstandig kunnen wonen. Ons streven is dat bewoners zichzelf kunnen blijven, en zo lang mogelijk zelf de regie blijven voeren. De mensen die bij ons wonen, hebben een boeiend leven achter de rug, die moet je niet in een keurslijf willen stoppen. De tijd die hen rest is vaak niet zo lang meer. Wij denken dat persoonlijke aandacht het mooiste is wat je kunt geven.’
Naametiketjes
Roy Paassen, financieel directeur en eveneens mede-eigenaar, beaamt dat. ‘Het idee dat Sophie heeft neergezet, de visie die zij had, staat nog altijd. Inmiddels zijn er meer vergelijkbare concepten op de markt, maar zij was destijds de pionier. Om het in hedendaagse termen te vatten: zij deed de start-up, wij verzorgden de scale-up. De regie van de bewoners staat nog altijd voorop, elke villa heeft ruime appartementen met een aparte slaapkamer, in elke villa is een chef-kok die verse maaltijden bereid, we hebben medewerkers die begrijpen hoe belangrijk warmte en persoonlijke aandacht zijn, er is een glaasje wijn voor wie dat wil. We proberen de wereld van onze bewoners groter te maken.’ Hij kijkt lachend naar Sophie – omdat hij weet dat dat ook ooit een van haar grote ergernissen was: ‘En bij ons hoeven nog altijd geen naametiketjes in iemands kleding worden genaaid omdat dat handiger is voor de wasserij.’ De was wordt voor ieder afzonderlijk gedaan.
Levenswerk
Pas jaren na haar officiële afscheid, nadat Roy en Esther vroegen of Sophie nog eens langs wilde komen, drong tot haar door wat ze met Zorggroep De Laren had neergezet. ‘Toen ik de hartstocht zag waarmee Roy en Esther mijn visie verder hadden uitgebouwd, realiseerde ik me waarin ik geslaagd was.’ De woordenwaterval die ze tot nu toe was, valt even stil. Zichtbaar aangedaan zegt Sophie dat haar man haar bij haar vertrek had aangeraden niet meer achterom te kijken. ‘Maar de erkenning die Esther en Roy mij gaven, voor wat ik toch zie als mijn levenswerk, betekende heel veel voor me’, zegt ze.
Kleinschaligheid
De kleinschaligheid van de villa’s – ze hebben hooguit 24 appartementen – is ook een uitgangspunt dat is gebleven. Elke villa heeft zijn eigen couleur locale en de appartementen zijn ruim, met een aparte slaapkamer. Esther. ‘Wij willen die kleinschaligheid ook in onze organisatie hebben; we houden van korte lijnen, we kennen onze medewerkers, onze bewoners en soms zelfs hun kinderen.’ Roy: ‘Daarom willen we ook niet groeien naar twintig of dertig locaties. Dan heb je een tussenlaag van managers nodig, en dat vinden we niet leuk. Als directie willen we onze mensen kennen.’ Maar een groeiambitie is er wel: volgend jaar opent een villa in Waalre, en er zijn nog meer plannen. ‘Als je de moed hebt om nieuwe villa’s te blijven bouwen, dan heb je het goed gedaan’, vindt Sophie. ‘Maar het zal in deze tijd nog niet zo gemakkelijk zijn de juiste mensen te vinden.’
De juiste mensen
Esther en Roy benadrukken hoe belangrijk de medewerkers zijn voor het slagen van wat zij voor ogen hebben. Zorggroep De Laren bevindt zich als werkgever precies op de scheidslijn tussen zorg en gastvrijheid: ‘We hebben bijvoorbeeld ook voormalig stewardessen in dienst omdat zij als geen ander weten hoe je mensen welkom doet voelen en geruststelt. Laatst hebben we ook iemand aangenomen die de kunstacademie heeft gedaan. Zij weet de activiteitenbegeleiding op zo’n manier in te vullen dat onze bewoners – vaak voormalig concert- en museumgangers – het prettig vinden.’
Nieuwe vriendschappen
Gevraagd naar hun bijzonderste ervaringen met bewoners, haalt Sophie een herinnering op aan een voormalig fabrieksdirecteur die ondanks zijn verlamming zo graag nog eens wilde zeilen. ‘We hebben alles op alles gezet, en kregen dat voor elkaar.’ Doordat de bewoners tegenwoordig een WLZ-zorgindicatie nodig hebben om bij ZDL te kunnen wonen, zitten zulke uitstapjes er meestal niet meer in. Voor Esther zit de schoonheid van haar vak ook daarom in kleine dingen, zegt ze. ‘Dat bewoners hier nieuwe vriendschappen opdoen, vind ik ontroerend. Vooral omdat ze vooraf vaak opzien tegen de verhuizing naar hier.’ Roy vindt het mooi om te zien dat de kinderen van bewoners worden ontlast als ze ervaren dat ze hun ouders of ouder met een gerust hart en zonder schuldgevoel kunnen achterlaten. ‘Dan kunnen kinderen ook gewoon weer kind zijn, in plaats van mantelzorger. Hoe mooi is dat?’
Vooruit kijken
Over nog eens tien jaar, verwachten Esther en Roy dat Zorggroep De Laren uit twaalf zorgvilla’s bestaat, en zich nog altijd onderscheidt door mooie locaties, ruime appartementen en veel aandacht voor de bewoners. ‘Er komt een nieuwe generatie bewoners aan’, zegt Esther. ‘Die naoorlogse generatie hecht nog meer aan eigen regie dan onze huidige bewoners. Daar spelen wij graag op in. Goed luisteren naar wat mensen willen en daar naar handelen, is precies waarom mensen hier zo graag wonen. Aandacht is het mooiste wat je kunt geven.’

